dot
  Artikelen    
         
Artikel 1

Presentie in de Haptonomie

Lezing gehouden ter gelegenheid van het afscheid van Truus Scharstuhl van de Loods te Bemmel. Geplaatst in het Haptonomisch Contact van september 2007

Artikel 2naar Artikel 2

WATER-HER-INNERINGEN
Een persoonlijk verslag van Tonny van Banning.
Zij vertelt over haar ervaring met watertherapie.

Artikel 3
naar Artikel 3

Kopje onder!
Een verslag van Truus Scharstuhl, over de begeleiding van Tonny

Artikel 1:

Presentie in de Haptonomie

Een appèl op de wederkerigheid

Truus Scharstuhl

Vandaag mag ik als slotwoord bij mijn afscheid u meenemen in de wereld van de haptonomie. Hoewel ik ook zeker als fysiotherapeut afscheid neem, staat deze middag in het teken van de haptonomie. Ik ga dit doen aan de hand van een thema, nl de presentie. Een actueel thema en hopelijk voor u allen herkenbaar. Het zal gaan over onze praktijk, mijn werk, de haptonomie, de stand van zaken, maar vooral over de presentie. Dit is een thema dat ik gekozen heb, omdat het voor mij een leidmotief geweest is in het omgaan met patiënten.


Presentie
We kennen allemaal het gevoel van ziek te zijn geweest, weer beginnen en niet helemaal aanwezig te zijn. We zeggen dan ook, “ik voel me niet present”. Zo’n dag dat je liever een beetje op jezelf bent. Alles loopt stroever, ook het contact. Als je van Dale erop naslaat dan houdt presentie o.a. in aanwezigheid, tegenwoordigheid, maar ook ‘bij zinnen zijn’ en helder van geest. Daar zit al het fysieke en het geestelijke element in. Ik ben aanwezig, maar hóe ben ik aanwezig. Hij is erg aanwezig zeggen we……..die persoon is nogal dominant. Een goede vraag zou zijn, of we ons hiervan bewust zijn. Zijn we ons bewust van onze gemoedstoestand, ons al of niet present-zijn en hoe deze meespeelt in ons doen en laten, in wat we adviseren en hoe we handelen? Kortom wat weten en voelen we van onszelf in de interventies die we doen? En wat is nodig voor het slagen van een behandeling?

Haptonomie
Wat verstaat de haptonomie nu onder presentie. De haptonomie stelt dat presentie inhoudt een zich lichamelijk voelend aanwezig stellen voor de ander, waarin de echtheid, de betrouwbaarheid en de openheid duidelijk herkenbaar zijn. Een mondvol, maar het komt er inderdaad op aan. Zoals ik u graag in het komende vervolg wil laten weten.

Allereerst voor een goed begrip nog een paar verduidelijkingen. Werkend als haptotherapeut is een wederkerig gevoelscontact van groot belang. De haptonomische ontmoeting heeft als voorwaarde de presentie van de therapeut en deze doet een appèl op de presentie van de patiënt. Door de presentie voelt de therapeut zich betrokken op de patiënt en voelt de patiënt zich geraakt door deze voelbare betrokkenheid van de therapeut. Het is de kern van de haptonomie dat deze betrokkenheid voor beiden voelbaar is (wederkerig) en er zo een contact mogelijk wordt waarin de patiënt kan uiten wat hem bezighoudt, pijn doet, dan wel frustreert. Daar is niet alleen mijn present-zijn voor nodig als therapeut, maar nog een aantal kwaliteiten dat maakt dat het contact veilig is. Zoals prudentie, d.w.z. de behoedzaamheid en het respect waarmee ik de ander tegemoet treedt en mijn transparantie; ben ik helder in mijn ontmoetingsgedrag, ben ik zonder bijbedoelingen. (*)

Wat is een affectieve benadering zoals die binnen de haptonomie gezien wordt? Frans Veldman, grondlegger van de haptonomie, ziet de affectiviteit als een menselijke belevings-, waarnemings-, en gewaarzijnseigenschap. Wat neem ik waar van de ander, wat beleef ik aan de ander, en wat word ik gewaar van die ander waarmee hij mij raakt en waardoor ik hem vanuit echtheid liefdevol kan benaderen.
U begrijpt het al ik moet daarvoor present zijn. Goed bij mijzelf en goed voelend naar die ander, zodat hij zich ook bedóeld weet. Ik raak hem aan, vaak letterlijk, maar dat hoeft niet altijd. De tederheid die in deze aanraking of nadering ligt is een bevestigende tederheid. Zij vraagt niet, maar bevestigt. Niet te verwarren met de vragende lokkende aanraking, de caresse, van de erotiek. De uitnodiging die in het gevoelscontact zit is een appèl op een wederkerig contact. Dit houdt in dat de persoon geconfronteerd wordt met zijn persoonlijk (ge)voelen en (on)vermogen tot echt-zijn om dit contact ook aan te gaan.
Door in contact te blijven (aanblijven) kan de therapeut zijn patiënt een diepe wezenlijke bevestiging laten voelen. Hij kan voelen dat hij goed is! Deze wijze van contact leggen vraagt veel van de haptotherapeut aan invoeling, eigen gevoelsontwikkeling en vermogen tot aanblijven. Hij moet hierin ondubbelzinnig duidelijk kunnen zijn.


Haptotherapie
Waarom zijn deze kwaliteiten binnen de haptotherapie nu zo belangrijk? Een mens gaat naar de haptotherapeut wanneer hij is vastgelopen in zijn vermogen om gevoelscontact te maken.
Dit kan komen door een ingrijpende gebeurtenis, maar ook door een gevoelsarme achtergrond. Deze mens met emotionele of fysieke blokkades wordt zich hiervan binnen het contact bewust. Het blijkt dat wanneer die mens vanuit een present-zijn van de therapeut liefdevol wordt benaderd, hij zich zal openen en ontvankelijk wordt voor een affectieve wisselwerking. Het begin om weer bij zijn gevoel te komen, het begin om vanuit zijn eigen kracht weer een perspectief te zien.
Het is één van de verdiensten van Frans Veldman, dat hij vanuit de empirie het openen vanuit het lichamelijk voelen als fenomeen heeft beschreven.


Presentie:
Waar uit de presentie zich in?
Het is zichtbaar in houding en beweging. In woord en gebaar. Er gaat vitaliteit van uit en bewogenheid. Bezieling zou je ook kunnen zeggen. Het is hoorbaar aan de klank van de stem. U kent het misschien de stem die raakt, die ver draagt, of juist… de stem die het begeeft. Het is voelbaar aan de wijze van aanraken. Een aanraken waar deze mens trefzeker kan voelen dat hij bedoeld wordt! De mens die present is, is zichzelf maar niet gericht op zichzelf. Het is voelbaar in het contact. De mens die present is kan gevoelvol betrokken zijn bij de ander, invoelend in houding en beweging, ook de gevoelsbeweging van die ander en inlevend in zijn problematiek.

Ons totale lichamelijke zintuiglijke expressievermogen wordt hierbij ingezet. Maar de handen, voelers van nature, zijn voor een haptotherapeut onontbeerlijk.

Ik wil u nu een paar voorbeelden laten zien hoe de presentie van handen in het contact zichtbaar wordt gemaakt. (In de oorspronkelijke lezing zijn hiervan een aantal dia’s getoond, voor deze bewerking beperk ik me tot één voorbeeld.)
In dit geval het kinderhandje. Kunt u voor u zelf navoelen hoe u dat raakt? Zo’n zacht kinderhandje; onbevangen, vol vertrouwen en toewending in uw hand. Dat is het raken van het gevoel waar de haptonomie het over heeft. Dat is de tederheid waar we ons aan kunnen toevertrouwen.


De watertherapie en presentie
Dit laatste voorbeeld is hier opgenomen. Binnen deze praktijk is door mij een door de haptonomie geïnspireerde watertherapie ontwikkeld. En ik vind het leuk u hiervan iets te vertellen als nieuwe ontwikkeling. De watertherapie is in eerste instantie ontwikkeld voor baby’s met emotionele stoornissen ten gevolge van een problematische zwangerschap of moeilijke bevalling. Ook past het binnen de haptonomische ouder-kindbegeleiding als er sprake is van een verstoorde ouder-kindrelatie ten gevolge van een niet goed verlopen ontwikkeling van het kind. Het niet goed onthecht zijn na de bevalling ligt hieraan vaak ten grondslag.

Later kwam daar de volwassenheid bij. Voor volwassenen is watertherapie geïndiceerd als zij niet goed aanraakbaar zijn. Als de nabijheid van de ander als te bedreigend wordt ervaren, moet de veiligheid van voelen eerst meer vanuit de omhulling van een neutraal medium worden gevoeld. In dit geval het water. Het is dan ook voor mensen die erg angstig zijn en niet goed in staat om met hun gevoel naar buiten te komen. De geborgenheid en de veiligheid van de omhulling door relatief warm water kan hen raken op een meestal onbekend niveau: die van voelend aanwezig-zijn, of zoals we eerder zeiden van present worden. Een patiënte verwoordde het eens zo naar me: “de aanraking van het water past altijd, die van een mens meestal niet”. Of zoals vorige week iemand met een zeer getraumatiseerd verleden zei: “ Het is bevrijdend. Ik kom bij een gedeelte van mijzelf dat goed is”. Het voert te ver om daar nu uitvoeriger op in te gaan, maar Anne- Marie zal er meer in haar verhaal over casuïstiek over aangeven.

Het present worden in water is voor deze mensen, maar ook voor baby’s en kinderen zoals u in het filmpje zag, vaak een weg van angstig teruggetrokken zijn naar vol plezier samen zijn en spelen. Voor de therapeut is het een prachtig medium om veiligheid en wederkerigheid te fasciliteren.


Even naar vroeger…..
Toen ik in mijn begintijd, de jaren zeventig in aanraking kwam met de haptonomie was de keuze snel gemaakt. Ik vond daar iets, ik kon toen nog niet benoemen wat, dat een waardevolle aanvulling was op de fysiotherapieopleiding. Het ging om een mensbenadering waarbij ik ook in mijn persoon-zijn betrokken werd. Het ging niet alleen om de klacht of de ziekte, het lichaamsdeel of de functie….. het ging om de hele mens. Het ging niet alléén om mijn kennis en kunde, het ging er ook om hoe ik mij presenteerde als mens. Hoe ik contact maakte.

We moeten ons bedenken dat de haptonomie 50 jaar geleden ontstond als reactie op een tijdsbeeld. De toenemende rationalisatie van de maatschappij en van de zorg in het bijzonder had in de naoorlogse jaren wetenschappers aangezet om een vernieuwd mensbeeld te creëren. Van den Berg, Prick, Calon, Buytendijk, en niet te vergeten Terruwe hebben hieraan vorm gegeven. Het moest menselijker, er moest meer aandacht zijn voor de mens als individu, meer ruimte voor persoonlijk gevoelen. Het was daardoor ook intellectueel gezien een boeiende tijd. Met een brede kijk op menselijke mogelijkheden. Een tijd gericht op de wederopbouw en vrede. De haptonomie vond hier een goede voedingsbodem. Zij beoogde om in contact, in tactiele omgang met de patiënt, menslievendheid en individualiteit ook in te brengen. Een patiëntencontact dat zich tot dusver door professionele afstandelijkheid had gekenmerkt.

Dertig jaar geleden maakte ik kennis met de haptonomie en voor mij heeft het nog steeds niets aan zeggingskracht verloren. De aandacht voor de ander, het verhaal achter de fysieke klacht of emotionele blokkade vind ik een ongelooflijk boeiend terrein. Ik heb er veel in geleerd, over die ander, maar ook over mijzelf. Ik heb geleerd hoe presentie voelde. Voor mij was dat erg gekoppeld aan bewogenheid. Ik heb geleerd hoe de wederkerigheid in het contact voelde. Ik heb genoten van het gevoel als het lukte wanneer de ander weer op zijn spoor van levenslust en levenszin kwam. Mijn intentie tot presentstellen was daar elke dag opnieuw het startpunt van. Om met Rutger Kopland te spreken: “ Toen ik mijn empatisch vermogen weer van mijzelf mocht aanspreken, leerde ik een andere patiënt kennen”.


Hoe is het nu?
Tegenwoordig kennen we helaas nog steeds de rationalisatie van de zorg. Of beter gezegd het uit balans zijn van de mate van onze enorm toegenomen kennis en de wijze waarop en de tijd waarin de zorg gegeven kan worden. Het leidt helaas, vaak onbedoeld, tot onnodige pijn en eenzaamheid. Ik vind dat een zorgwekkende ontwikkeling binnen onze gezondheidszorg.

Het is dan ook verheugend dat voor het aspect van de presentie meer aandacht komt. Ondermeer als tegenbeweging op de verschraling van de zorg is o.a. prof. Baart met zijn presentietheorie gekomen. H et gaat hier wel om de zeer kwetsbare ander die door de hulpverlener opgenomen wordt in een betekenisvolle wederkerige relatie om zo zijn waardigheid terug te vinden. Er wordt niet meteen aangestuurd op effect, maar de aard van de relatie is het eerste doel. De presentie van de hulpverlener als interactief hulpmiddel is het ‘gereedschap’ van de hulpverlener.

En zo heeft Leo Hagenaars het binnen het fysiotherapieonderwijs over ‘de kunst van het hulpverlenen’ als hij het over presentie heeft. Hij vindt dat studenten weet moeten hebben van de fenomenen van presentie, als een stuk zelfkennis, om zo de patiënt beter van dienst te kunnen zijn.

Daarnaast wil ik de zorgethiek van de filosoof Levinas nog noemen, die onze onbewuste ontvankelijkheid voor de ander als basis voor ons ethisch handelen ziet. Ons steeds afvragende of ons handelen de hulpvragende mens beter of gelukkiger maakt.

De haptonomie onderscheidt zich in deze doordat zij, zoals ik al eerder aangaf, het over een gevoeld lichamelijk, aanwezig stellen heeft. De affectieve benadering van de haptonomie heeft zeker haar waarde in onze tegenwoordige tijd van toenemende egocentriciteit. Wij kunnen mensen bewust maken van hun vermogen om in affectieve wisselwerking te komen. Dan is contact geen leeg begrip. Dan wordt ….Ik alleen….Wij samen. (en dat is in mijn ogen helend) Dat betekent voor beiden tevredenheid, bevestigd-zijn, gelukkig worden, beter voelen.


Presentie
Dan kom ik terug bij het begin van mijn verhaal. Ik hoop u duidelijk te hebben kunnen maken dat in mijn ogen een goed geslaagde therapie niet alleen een interventie (bedoeld als probleemoplossing) behelst, maar ook een present-zijn van de hulpverlener. Niet alleen het handelen is maatgevend voor het welzijn, maar ook het contact dat geïnitieerd wordt door de hulpverlener.

In de oorspronkelijke lezing werd vervolgens het einde gevormd door een dankwoord aan collega’s en de aanwezige mensen uit de eerste lijn.

Ik dank u voor uw aandacht.

(*) Bron: Veldman Frans, Haptonomie, wetenschap van de affectiviteit, Bijleveld, Utrecht 1988
   
    page up    
   
WATER-HER-INNERINGEN

Tonny van Banning

Waterervaringen
Mijn vroegste herinneringen aan water zijn de zwemlessen die ik kreeg van mijn vader. In een buitenzwembad, samen met mijn broertje die vijftien maanden jonger was. Ik was een jaar of acht. In mijn herinnering assiocieer ik zwemmen met klappertanden en water verplaatsen om niet kopje onder te gaan. Vooral overleven. Ik heb angst voor het verblijf onder water zoals popduiken en snorkelen. Ik heb een hekel aan watergespetter. Ik kan goed zwemmen maar dat blijkt vooral effectief bewegen te zijn om me in het water te kunnen handhaven.

Warmwaterervaringen
Tijdens de kennismakingscursus van STH-water deed ik heel andere ervaringen op met water. Ik voel een prettige omhulling die mijn huid streelt als ik mijn aandacht richt op hoe ik het water ervaar. Ik heb er nooit bij stilgestaan dat ik mijn eigen affectiviteit in water zo in volledige vrijheid kan voelen.
Water doet geen appel op mij en vraagt geen tegenprestatie. Het water houdt me onmiddellijk een spiegel voor mij hoe ik met mezelf omga. Zelfs als ik denk dat ik niet beweeg zorgen ademhaling, hartslag en andere lichaamsritmes voor deining van het water.
Ook als ik me verplaats voel ik meteen het verschil of ik dat affectief vanuit mijn basis doe of effectief om ergens te komen.
Het water is een soort vergrootglas van alles wat ik doe.
Ook mijn ademen, door de mond in en tegen het wateroppervlak bubbelend uit, gaat veel bewuster. Ik kan onder water doorgaan met uitademen tot ik leeg ben en ik ga naar boven als de impuls van de volgende inademing zich aandient. Na verloop van tijd kan ik zonder invloed van de opwaartse druk even op de bodem blijven. Ik ervaar dat als weldadig alsof er een ongekende rust over me heen komt die ik tot dan toe nooit ervaren heb. Ik kan mijn ademen zonder angst voor ademnood in beheer nemen. De angst voor onderwater die ik altijd al had verdwijnt naarmate ik vaker op deze manier in het water verblijf. Het uitademen onder water wordt steeds meer een natuurlijk proces waarbij ik me veilig kan voelen. Als dat tot me doordringt raakt me dat zo dat er tranen over mijn wangen stromen. Ik ben heel verbaasd over die plotseling uit het niets opkomende ontroering. Na een paar dagen realiseer ik me pas dat mijn hele leven lang er een soort basale angst in mij gezeten heeft die ik nooit eerder als zodanig herkende. Mijn overlevingsreflex werd zestig jaar lang gevoed door die angst waardoor ik heel makkelijk het contact met mijn basis verloor.
Ondanks dat ik in het eerste jaar van mijn therapie-opleiding ook in warm water geweest ben, herinner ik me nauwelijks wat ik toen beleefd heb.


Geboorteverhaal
Ik heb het interview met mijn moeder nog een keer gelezen dat ik ook in dat eerste jaar van de therapie-opleiding als opdracht deed. Al vijftien jaar stond daar een stukje dat nu een andere betekenis krijgt.
Mijn moeder vertelde me: “de huisarts, die ’s avonds om 6 uur kwam vroeg of ik wilde zeggen wanneer ik een wee had omdat hij dat niet aan me merkte. Ik dacht dat ik me aanstelde’. Dat ‘aanstellen’ was al een hele dag gaande. Toen mijn moeder eenmaal begreep dat het “echte”weeen waren begon mijn geboortete vlotten. Binnen twee uur, ’s avonds om acht uur, werd ik geboren. Na dat benauwde verblijf werd ik niet op de buik van mijn moeder gelegd maar meteen schoongemaakt, gemeten, gewogen en aangekleed en toen pas bij mijn moeder gelegd. Niet aan de borst gelegd dat mocht in die tijd pas een dag later. Na het lange verblijf in het geboortekanaal geen geruststelling en geen huid op huid contact.


Haptonomische fenomenen
Dankzij de haptonomie ben ik me gaan realiseren dat als ik me ergens niet welkom voel, ik me al snel terugtrek, uit het contact ga. Het waarom daarvan, begreep ik niet.
Openen en sluiten was daarvoor voor mij een onbekend fenomeen. Ik heb geleerd dat ik me kan openen als ik me veilig voel.
Door de gewaarwordingen in het warme water kan ik voor het eerst voelen dat ik samenval met mezelf, ik ervaar eindelijk wat Frans Veldman bedoelde met ‘óntgrensde zijnswijze’.
Het water doet geen appel op mij zoals ik vaak in het contact met mensen ervaar. Ik voel me vrij om datgene te ervaren wat er op dat moment is.
En ik hoef niet steeds, zo wordt me duidelijker, rekening te houden met de gevoelens van de ander. Ik heb als kind al heel vroeg de nood van mijn ouders gevoeld, ik vond dat ik ze niet moest belasten met mijn behoeftes. Op mijn uitreiken konden ze niet adequaat reageren.
In het warme water heb ik ervaren dat er een periode was in mijn leven dat de verbinding met mijn moeder vanzelfsprekend was. Ik kreeg alles wat ik nodig had tot ik klaar was om de overstap naar het buitenbaarmoederlijke bestaan te maken.
Na een aantal ervaringen in het warme water merk ik dat ik veel minder snel gestresst raak.
Ook in situaties waarvan ik me herinner dat ik minstens geiirriteerd reageerde, blijf ik nu tot mijn eigen verbazing rustig en in verbinding met mezelf. Mijn draagkracht en vitaliteit groeien. In het water wordt me steeds sneller duidelijk wanneer ik de verbinding met mezelf kwijtraak.
De angst voor ademnood zorgde ervoor dat ik mijn adem ging vastzetten als er nare gevoelens waren.
Het gevolg daarvan was chaos in mijn hoofd die vooral leidde tot angstgedachten. Als er veel van die angstgedachten waren omdat ik me overvraagd voelde ging ik hyperventileren toen ik nog geen kennis had gemaakt met haptonomie. In het warme water heb ik ervaren dat wanneer ik mijn adem niet vastzet maar de uitademing gebruik om ademen als een natuurlijk proces te laten verlopen, ikzelf een bodem leg voor een ander reactiepatroon.
Een soort nieuwe inprenting vrij van angst waarbij ik me rustig voel. Op het droge had ik vaak een aanrakende collega nodig om me die mogelijkheid te laten voelen. Nu kan ik dat zelf.
Daarnaast is het bijzonder dat we in het water met zes cursisten, mede-haptotherapeuten, met dezelfde eigen ervaringen bezig waren. Ik ben een aantal keren in een ander warm waterbad gaan bubbelen.
Dat was fijn om te doen maar de aanwezigheid van mijn mede-cursisten gaf mij een gevoel van verbondenheid dat iets toevoegde aan mijn individuele ervaring.
Ik werd me bewust van ervaringen in een diepere gevoelslaag die ik niet beleefde als ik alleen dit soort warmwaterervaringen had. De vanzelfsprekende verbinding en ontmoetingsbereidheid die er ook ooit in de baarmoeder was, zorgt dat ik me welkom voel en dat helpt om in die diepere laag te komen.
Nu wordt me duidelijk dat het gaat over samen woordeloos zijn. De eenzaamheid die ik jaren gevoeld heb, is ontstaan in een tijd dat ik geen woorden had.
Mijn angstthermostaat heeft chronisch te hoog afgesteld gestaan.
Dankzij deze waterervaringen heb ik een andere werkelijkheid mogen beleven. Ik kan eindelijk bij de blauwdruk, een ingeprent patroon van eenzaamheid, dat er mijn hele leven geweest is en dat ik niet kon doorbreken hoe graag ik ook wilde.

Ik lig in het warme water, mijn handen op mijn buik. Truus ondersteunt de wreven van mijn voeten. Ik kan mijn lijf van boven tot beneden voelen. Wederkerigheid, doorvoelen en uitbreiden van de tast in optima forma. Naar deze gewaarwordingen heb ik mijn hele leven verlangd.
Ergens wist ik dat het bestond. Een ademregressie in India was de aanzet om verder op zoek te gaan. In Haptonomisch Contact van september 2012 las ik wat Truus met haar warmwatercursussen zoal in beweging kan zetten. De afstemming en inbedding in de context bij STH-water brachten mij in contact met die vroege woordenloze ervaringen. Ik voelde me ten diepste erkent en gezien waardoor ik mijn vroegste angstige herinneringen een nieuwe helende betekenis heb gegeven.




Tekst, tekening en beeldje van Tonny van Banning
    page up    
   
10 juni 2013
Kopje onder!

(angst om onderwater te zijn)

Truus Scharstuhl, docent Scholingscentrum Toegepaste Haptonomie-water

Inleiding
Mijn collega Tonny schrijft in haar artikel in deze HC over haar ervaring met haptotherapie in water. Ze deed die op in twee persoonlijke sessies bij mij en in de Water- Kennismakingscursus. Ik beschrijf hier mijn waarnemingen en interventies. Het leek ons beiden een goed idee om de haptotherapeutische begeleiding in water zo van twee kanten te belichten. Cliënt en therapeut. Ik beperk me in dit artikel tot de eerste twee sessies die vooraf gingen aan de cursus, omdat ze een goed beeld geven van de mogelijkheid om angst voor ‘onder water’ te overwinnen. Ik beschrijf de sessies en in de cursief gedrukte alinea’s vertel ik over mijn overwegingen en mijn gevoelens.

Angst
Toen Tonny bij me kwam met de vraag of de Kennismakingscursus iets voor haar zou zijn, heb ik haar eerst een keer individueel laten komen. Ze vertelt me dat ze ontdekt heeft, dat als ze langer onder water is angst voelt. Ze komt in ademnood en ervaart het als existentiële nood! Het is een angst die ze buiten water nog nooit zo gevoeld heeft. Reden om eerst samen te kijken hoe ze zich in en met het water verhoudt.

Veiligheid
Ik zie dat ze als ze te water gaat geen contact maakt met het water. Ze staat er smal, terug getrokken in, laat zich niet door het water omringen. Ze zegt dat ze niets met water heeft. Wel kan ze goed zwemmen, maar doet dit uiterst effectief en het liefst met haar hoofd boven water. Ook spetters water in haar gezicht vindt ze niet fijn. Voor haar opleiding moest ze pop-duiken, het lukte haar op wilskracht.

We beginnen met samen door het water te lopen en opnieuw treft het me dat ze geen voeling met het water heeft. Ze ‘werkt’ om zich voort te bewegen. Heeft moeite om het contact met de bodem te voelen en verplaatst zich ‘duwend’ door het water met een holle rug en gebruik van haar armen. Ook bij het zwemmen zie ik dat ze ‘werkt’, ze is als het ware het water aan het verplaatsen.


Vanaf het begin treft me haar eenzaamheid, zo zonder verbinding in het water. En ik besluit meteen al, dat ik dicht bij haar moet zijn, maar haar wel haar mogelijkheden tot autonomie in het water aan moet reiken. Onder autonomie versta ik hier dat ze haar eigen (gevoels)beweging gaat maken; van terug getrokken zijn tot en met in beweging komen vanuit een vitaal gevoel.

Ik vertel haar wat ik zie en ze herkent wat ik benoem. Het raakt haar als ik zeg dat ze zo eenzaam op mij overkomt. Haar gevecht met het leven komt als verdriet naar boven en naar buiten....... Ik laat haar bekomen. We vervolgen onze weg. Ze houdt krampachtig haar hoofd boven water. Ik vraag haar te bubbelen: zachtjes haar adem in de vorm van belletjes op de grens van water en lucht uit te blazen. Ze komt met haar neusademhaling in de problemen. Ik zie de angst: in haar ogen, het inhouden van haar adem en aan het trillen van haar neusvleugels. Ze is aan het overleven. Waar komt deze overlevingsreactie uit voort?
Een vraag die gesteld en doorvoeld moet worden, maar die geen eenduidig antwoord kent. Belangrijk is dat Tonny’s patroon van overleven in water zo zichtbaar is. Mijn ervaring is dat mensen heel verrast zijn over hun reactie in water en er in eerste instantie ook vaak geen woorden voor hebben. Wel emotie en van daaruit een uitingsvorm. Tonny vertelt in haar verhaal welke inzichten ze later heeft gekregen en hoe het verhaal van haar geboorte in een nieuw licht komt te staan. Bovendien maakt ze, zoals de afbeelding laat zien, tijdens de cursus treffende (mooie) tekeningen die haar proces prachtig verbeelden. Geen woorden, maar wel emoties, gevoelens en beelden die voor zichzelf spreken.
Daarom ben ik oh zo terughoudend met duiden....voor mij is het belangrijk dat de cliënt haar verhaal ‘maakt’. In zijn algemeenheid kun je wel zeggen dat veel van de gevoelens die geraakt worden uit onze jonge periode komen, de tijd dat we nog geen woorden hebben.

Ik leg Tonny uit dat in water de adem via de mond gaat en dat normaal gesproken de neusademhaling bij het onder water gaan wordt geblokkeerd. Een neusklemmetje, eerst wat onwennig, brengt verlichting. Ze kan nu met gevoel naar buiten gaan bubbelen, tegen een balletje aan, en daarbij naar binnen voelen vanaf waar ze haar bubbels (adem) laat gaan. Ik voel met haar mee, mijn hand op haar onderrug en merk dat ze haar diafragma blokkeert. Ze bubbelt vanuit de boventoppen van haar longen. Ik vraag haar om te bubbelen en contact met mijn hand te maken, die op hoogte van haar diafragma op haar rug ligt. Om alle prestatie uit het bubbelen te halen en ook om ruimte te nemen voor de (in)adem. En om zichzelf te voelen en de omgeving, het water, als haar bubbels (uitademing) op zijn. Geleidelijk laat ik mijn hand zakken tot in haar onderrug, meegaand met de ruimte die van binnen ontstaat. Langzaam aan verdiept haar adem en wordt ze rustiger. De voelbare spanning in haar, veroorzaakt door de angst onder water, wordt minder. Tonny verwoordt dit als volgt: dat ze meer gevoel van binnen krijgt en dat buiten, het water, ook meer voelbaar wordt.


In dit stadium probeer ik in mijn aanwezigheid faciliterend en veilig te zijn, maar nog geen ruimte op te eisen. Tonny’s autonomie in water moet zich nog ontwikkelen. In water kan ik naderen, met mijn ‘waterjas’ (zie eerder artikel HC 2012) aan en dichtbij komen zonder dat ik belastend ben. Ik kan haar aanraken op een manier die altijd ‘past’. Ik kan haar naar veiligheid gidsen zonder dat ze afhankelijk wordt van mij. In water leer je als therapeut bescheiden te worden...

Samen, mijn hand op haar onderrug, lopen we nu bubbelend door het water. Rustig nemen we hier de tijd voor. Tegen het einde van de behandeling zie ik Tonny staan, stevig op de bodem, het water om haar heen. Met een duidelijk gevoel van: ’ik ben er’. Angst maakte het Tonny onmogelijk om zich met het water te verbinden. Door haar adem middels bubbelen op een speelse manier los te laten, krijgt ze voor deze eerste keer toch een vorm van ‘controle’. (Liever noem ik dit beheersing.) Hierdoor kan ze zich ook meer verbinden met haar basis en vandaar met haar omgeving. Ze kan meer van het water ervaren, ze kan er meer ‘zijn’.


Eenzaamheid
Tonny komt nog een keer terug voor de cursus begint. Er is naar mijn idee te veel één op één aandacht nodig om dit binnen de cursus goed te laten verlopen. Ze vertelt dat ze nu weliswaar ‘technisch’ goed met haar mond en neus onder water kan, want ze heeft in de badkuip geoefend, maar dat ze zich daarbij toch niet goed heeft gevoeld. Er is veel emotie los gekomen. Ze blijft intuïtief op haar hoede. Ik vertel haar dat het alleen oefenen op dit moment misschien toch niet zo’n goed idee was. Ze weet dan nu een klein beetje de weg, maar kan dit in onthechte vorm nog niet aan.

Haar onvermogen zich te verbinden met het water en ook niet met mij, tenzij ik haar daartoe uitnodigde en faciliteerde, maakte mij duidelijk hoezeer angst hier een rol speelt, maar ook hierdoor ‘aangeleerd’ gedrag (controle) om het water de baas te worden en de angst niet te voelen. Ze moet in water meteen overleven. Ik denk dat ze in verbinding met mij haar angst zal kunnen overwinnen. Dat is heel anders dan ze gewend is: Tonny doet heel veel ‘op alleen’.

Tonny herkent wat ik benoem en ontlaadt. Verdriet komt eruit. Ik laat haar huilen. Geef haar ruimte.

Ik blijf binnen aanraak afstand, maar zonder haar aan te raken. Het is mijn ervaring dat er een gedeelde, gevoelde ruimte is als we beiden op die afstand de omhulling van het water voelen. Dan is er de nodige ruimte èn nabijheid. Ik vind het nu belangrijk dat ze vooral zichzelf gaat voelen en niet meteen op mij gericht moet zijn en dan haar gevoel(ens) mogelijk weer toedekt. Dat ze zich kan realiseren wat er zich bij haar op dat moment aandient. Haar innerlijke onzekerheid gekoppeld aan een basale angst en haar eenzaam voelen hierin worden haar zo in het water duidelijk.

Beiden voelen we dat juist in het water de oplossing kan liggen. Er is een perspectief dat vraagt om ingevuld te worden. Ik vraag haar om de stang vast te pakken en de voeten tegen de muur te plaatsen. En om dan te gaan bubbelen en zich te laten zakken. En ruim op tijd weer boven te komen.
Ik zie dat ze de beweging om naar boven te komen vanuit haar bovenlichaam en hoofd inzet, happend naar lucht als een drenkeling.
Er is geen vitale beweging vanuit haar basis.
Het raakt me, wat moet ze zich overgeleverd voelen aan haar controle drang als ze de impuls en de beweging vanuit haar basis niet voelt! Wat verloren, wat eenzaam. Het is naar voor haar, ze toont dat. Ze ervaart druk op haar borst van het water en ze wordt benauwd. We doen het nu nog eens en ik verbind me met haar door mijn hand op haar basispunt (achterkant bekken) te leggen.
Ik vraag haar om in het bubbelen mij te blijven voelen. Het bubbelen verloopt rustiger. En naar een paar keer voel ik dat ze contact met haar basis kan maken. Ik leg uit dat ze wanneer ze zich goed voelt en in haar basis (en bij mij) kan blijven, ze kan voelen dat wanneer de adem op is er een oprichtreactie komt vanuit haar basis. Een vitale beweging die beheerst verloopt en waar geen paniek is, die ze kan volgen. Ze gaat dit aan. Ik ga met haar mee onder water en blijf met haar in verbinding. We blijven bij elkaar in dit onder-water-zijn, naar boven komend als haar gevoel dat aangeeft. Tijd wordt even eindeloos, we vallen samen met het water zonder ermee te vervloeien en onszelf te verliezen. Er is geen angst, maar rust. Woorden zijn niet meer nodig.


Er is een samen, maar het is een samen waarbij ik op haar gericht blijf en zorg dat ze contact kan blijven voelen met haar basis. Ik gids haar en volg haar. Zo samen-zijn zorgt ervoor dat ze niet meer met haar adem bezig hoeft te zijn, maar kan voelen naar haar basis en de signalen daar kan volgen. Een autonome (gevoels)beweging!

Daarna doet ze het ook nog eens alleen. En ook zonder houvast van de stang. Prachtig dat tastbare gevoelszekerheid zich zo in ons kan ‘planten’. Tonny kent de weg, herkent het gevoel (heeft natuurlijk als haptotherapeut hier ook ruim ervaring mee) en gaat zonder angst onder en komt zonder paniek weer boven.

Perspectief
Tonny is terecht heel blij met haar verworven zekerheid. Tegelijkertijd roept het veel verdriet op over al die jaren zoeken, waar ze wel veel bereikt heeft, maar niet bij deze angst kon komen.
Een angst die ze herkent uit de tijd dat zij de woorden nog niet wist; de fase van het jonge kind. Ze verwoordde het aldus naar mij: ‘door jouw begeleiding in het water heb ik me durven verbinden met mijn angst’. En ik zeg daarop: ’en daarin je autonome en vitale oprichtreactie kunnen ontdekken’.
Ze ontdekt dat het vinden van haar basiszekerheid haar ook draagkracht geeft om dit verdriet aan te kunnen. Ze hoeft zichzelf niet meer te verliezen, maar kan zelf op tijd bijsturen.
We besluiten samen dat er nu voldoende basis is om in de Kennismakingscursus haar ontdekkingstocht voort te kunnen zetten.
Het is een cursus die juist gaat over deze twee sessies; hoe verhoud jij je met het water en ‘het water met jou’?
   
    page up